Gezondheid Kat: Hoe zorg jij ervoor dat je Kat gezond blijft ?

Gezondheid Kat

Dit blogartikel gaat helemaal over het lichaam van de kat, de binnen- en de buitenkant. Hoe neemt een kat zijn omgeving waar? Hoe kun je zorgen dat hij zo gezond mogelijk blijft en wat doe je als hij toch ziek wordt? Je leest het in dit blogartikel.

De zin van zintuigen

Net als de meeste roofdieren hebben katten scherpe zintuigen, wat hun succes als jager verklaart.

Reuk

Het reukzintuig van de kat is veel beter ontwikkeld dan van de mens (en dat van een hond is nog krachtiger). Vind je het vreemd dat de kattenbak die jij ‘toelaatbaar’ vindt, aanstootgevend is voor je kat? Geur speelt een rol bij het markeren van het territorium, bij het vinden van prooi en bij het bepalen of ‘gevonden’ eten wel veilig is om op te eten.

Daarnaast gebruiken katten een lichaamsdeel dat het orgaan van Jacobsen heet. Dit bevindt voorin de bek, bovenin, en helpt geuren te verwerken, met name de geuren van seksuele aard, zoals die van een krolse poes. Als katten dit orgaan gebruiken, openen ze hun bek een klein beetje en ‘proeven’ ze de geur.

GEURMARKERING

Een correcte ‘reukomgeving’ is zo belangrijk voor je kat dat hij van alles doet om zijn wereld naar hem te laten ruiken; zelfs jou! Hier zijn een paar geurmarkeringsgedragingen:

  • Je kat heeft talgklieren in de haarzakjes die sebum produceren, een stof die de vacht vet houdt, en geur achterlaat. Deze klieren zijn het talrijkst rond de bek, de kin, de bovenste oogleden, de onderste oogleden en de top van de staartwortel, in de buurt van de anus en geslachtsorganen. Als een kat met zijn kop tegen je aan wrijft of met een van de andere genoemde lichaamdelen, geeft hij sebum en dus geur af op alles wat hij aanraakt.
  • Urine sproeien. Elke kat sproeit, maar het gedrag komt het meeste voor bij niet-gecastreerde katers. Deze katten hebben een ontzettende drang om hun territorium te markeren met hun penetrante urine door zich met de kont naar objecten (of zelfs mensen) te draaien en te sproeien.
  • Als je kat zijn nagels in zijn kattenboom (of in de bank!) zet, rekt hij zich lekker uit en houdt zijn klauwen in vorm, doordat het buitenste laagje wordt verwijderd, en de puntjes worden scherp. Krabben is ook belangrijk voor geurmarkering. Tijdens het krabben maken de pootkussentjes contact met het oppervlak en die beweging laat geur uit de zweetklieren achter.
  • De moeite die je kat doet om elk haartje ‘op de juiste plek te krijgen’ heeft veel redenen, maar een ervan is geurmarkering: hij bedekt elke centimeter van zijn lichaam met zijn eigen speeksel en dus met zijn geur.

Gehoor

In tegenstelling tot onze onbeweeglijke oren kunnen katten hun oorschelpen onafhankelijk van elkaar richten naar elk geluid dat hun aandacht trekt. Katten kunnen geluiden opvangen die twee octaven hoger zijn dan mensen kunnen horen, een gehoorbereik dat groter is dan dat van honden. Het vermogen om hoge geluiden te kunnen opvangen, is natuurlijk belangrijk als je jaagt.

Zicht

Gezondheid Kat

Een veelgehoorde opvatting is dat katten kleurenblind zijn. Dit is niet waar. Onderzoekers geloven dat katten wel kleuren kunnen onderscheiden, maar er gewoon weinig nut in zien.

Het uitzonderlijk goede zicht van een kat dankt zij aan het vermogen om te kunnen zien in het duister (belangrijk voor dieren die’snachts jagen) en hun goede vermogen om beweging en afstand in te schatten; belangrijke kenmerken voor een roofdier dat met grote nauwkeurigheid op z’n prooi moet kunnen springen.

Het ‘nachtzicht’ van katten wordt mogelijk gemaakt door een speciaal laagje cellen achter het lichtgevoelige netvlies waardoor de kat het vermogen om objecten te onderscheiden in duistere omstandigheden kan ‘verdubbelen’. Mensen reflecteren rood (uit de bloedvaten) in het donker als er licht (bijvoorbeeld een koplamp) op hun ogen valt, maar katten reflecteren een goudkleurige of groene flits door die laagjes, het zogeheten tapetum lucidum.

Smaak

Gezondhe

Net als mensen kunnen katten onderscheiden of iets bitter, zoet of zuur is, maar omdat ze het liefste vers dierlijk weefsel consumeren, houden ze niet zoveel van zoet als wij. Katten hebben ook minder smaakpapillen hebben dan mensen.

Het ruwe kattentongetje is een uitzonderlijk gereedschap, dat perfect is aangepast voor vachtverzorging (inclusief vlooien verwijderen) en om het vlees van de botten van een prooi te schrapen.

Tast

De haren van de vacht en de snorharen zijn erg gevoelig. Katten houden ervan om iets aan te raken en om te worden aangeraakt, vooral met tong of de kop, omdat dat een manier is om hun persoonlijke geur te verspreiden.

De meeste katten hebben 24 snorharen. Deze zijn verdeeld over beide kanten van de neus, gerangschikt in vier horizontale rijen. De bovenste en onderste rijen kunnen onafhankelijk van elkaar bewegen. De aanhechting van elke snorhaar ligt dieper dan bij normale haren, om de waarneming te versterken.

Preventieve gezondheidszorg voor je kat

Voor de gezondheid van je kat zijn er twee personen het allerbelangrijkst: de dierenarts en jijzelf. Hoe goed je dierenarts ook is, jij bent degene die de kat elke dag ziet, en weet als er iets niet in de haak is. Verder is het jouw taak om te zo goed mogelijk zorgen dat je kat gezond blijft, en om de vacht te verzorgen.

Tekenen van goede en slechte gezondheid herkennen

Gezondheid Kat

Omdat tekenen van ziekte bij katten vaak subtiel zijn, moet een kattenliefhebber een goede waarnemer zijn om een eventuele ziekte in een vroeg stadium op te merken.

Het observeren van je huisdier moet tot je dagelijkse routine behoren. Eens per week kun je hem grondiger onderzoeken: verwerk het onderzoekje in een sessie die begint met aaien en eindigt met het favoriete spelletje van je kat. Alles wat jij en je huisdier graag doen, blijf je gewoon regelmatig doen en routinegezondheidscontroles moeten regelmatig zijn om nuttig te zijn.

De fysieke kat

Je moet weten wat normaal is voor jouw huisdier om een mogelijk gezondheidsprobleem te kunnen herkennen. Verscherp je instincten en leer erop af te gaan! Jij kent je kat beter dan wie dan ook en jij bent degene die moet beslissen wanneer hulp nodig is.

Om veranderingen in je huisdier bij te houden, kun je het beste maandelijks een logboekje bijhouden. Als jouw aantekeningen overeenkomen met wat ‘abnormaal’ is, overleg dan met de dierenarts. Dit zijn enkele dingen waar je op moet letten:

  • Algemene verschijning. Let op houding, energieniveau, loop, vacht en algeheel uiterlijk voor een indruk van zijn gezondheid. Abnormaal is: kale huid, dunne of droge vacht, zichtbare ribben, traagheid, mank lopen of gewoon een gebrek aan ‘veerkracht’, of andere subtiele tekenen die ‘niet kloppen’.
  • Hoe weeg je een kat? Pak de kat op en ga op de weegschaal staan. Ga er dan alleen op staan en trek jouw gewicht af van het totaal. Een normale kat weegt tussen de drie en vijf kilo, afhankelijk van geslacht en ras. Grote katten, zoals de maine coon, kunnen meer dan zes kilo wegen.Je kat is normaal voor zijn lichaamstype als er een laagje vet over zijn ribben ligt. De ribben moeten niet zichtbaar zijn, maar je moet ze nog wel kunnen voelen als je het lichaam zachtjes met je handen betast, oftewel palpeert. Als je het ideale gewicht van je kat hebt bepaald, is een verschil van drie ons meer of minder normaal in een paar maanden; sneller of meer gewichtsverlies is reden tot zorg. Abnormaal is: meer dan een halve kilo toename of verlies; te weinig of te veel vet, ook als het gewicht constant blijft; opgezwollen buik.
  • Vochtig en schoon. Abnormaal is: droog, gebarsten, korstjes of irritatie, afscheiding uit de neus, bloeden.
  • Helder, vochtig en schoon, pupillen van gelijke grootte.Het wit van het oog moet niet verkleurd zijn en er moeten maar een paar bloedvaatjes zichtbaar zijn. De pupillen moeten gelijkmatig kleiner worden als je met een zaklamp in de ogen schijnt en groter worden in het donker of als de kat opgewonden of bang is. Abnormaal is: doffe of diepliggende ogen, ogen die droog lijken te zijn of veel uitvloeiing geven; een of beide ogen niet gecentreerd of pupillen van ongelijke grootte; gele, bruine of bloeddoorlopen ogen; pupillen die niet of verschillend reageren op veranderingen in de felheid van licht.
  • De huid moet schoon, droog, glad en zonder wondjes zijn.Het oorkanaal moet schoon zijn en bijna reukvrij. Abnormaal is: zwelling, wondjes of schilfers, tekenen van uitslag, korsten, vochtigheid, afscheiding of sterke geur vanuit het oorkanaal, pijn bij aanraken of een ongebruikelijke stand van het hoofd of de oren.
  • De mond. De tanden van je kat moeten schoon en wit zijn, met roze tandvlees. Als je met je duim het tandvlees even indrukt, wordt het daar wit; binnen een of twee tellen (de ‘capillaire vullingstijd’) moet het weer de normale kleur hebben. Hiermee test je hoe goed het hart en het bloedvatenstelsel werken. Abnormaal is: losse of ontbrekende tanden, tandsteen, rood of blauw, bleek, ontstoken of pijnlijk tandvlees, tandvlees dat terugwijkt van de tanden, opgezwollen tong, knobbels en bobbels in de mond, zweertjes in de mond, grote amandelen zichtbaar achter in de mond, snelle of langzame capillaire vullingstijd.
  • De ademhaling moet vrijwel onhoorbaar zijn en de borstwand moet moeiteloos op en neer bewegen. De buikwand moet nauwelijks bewegen. Abnormaal is: ongebruikelijke ademgeluiden, zoals ‘geknisper’ of gepiep (vooral als je het geluid nog niet eerder hebt gehoord), moeizame of snelle ademhaling met open mond en waarbij de buikwand veel wordt gebruikt. Knobbels, bobbels of verdikkingen op de borst en nek kunnen ook op een probleem duiden.
  • De buik. Begin net achter de ribben en druk zachtjes met je handen in de buik. Als de kat net heeft gegeten, zou je een vergroting kunnen voelen links in de buik, net onder de ribben. Ga verder naar het achterlijf van het dier en betast de buik voorzichtig met je handen. Je hoort geen knobbels, bobbels of verdikkingen te voelen en de kat moet geen pijn voelen als je zachtjes drukt. Sommige bobbels in de buik zijn normaal; dat zijn de interne organen, zoals de nieren. Het is belangrijk dat je begint met een gezonde kat. Het is even zo belangrijk dat je deze onderzoekjes regelmatig doet, omdat je dan weet welke bobbels er horen en welke niet. Abnormaal is: elke knobbel, bobbel of verdikking die je anders niet voelt, maar die duidelijk voelbaar is; de kat gromt of haalt moeilijk adem als je palpeert; harde, gespannen of opgezwollen buik.
  • Controleer of je kat voldoende vocht binnenkrijgt door de huid net achter de schouderbladen een stukje omhoog te trekken en weer los te laten. De huid moet direct weer terugvallen. Een ander goed teken van een goede hydratering is dat het tandvlees net boven de tanden vochtig is als je het aanraakt. Abnormaal is: huid valt langzaam terug of blijft een beetje omhoog staan; tandvlees voelt droog en plakkerig aan of de ogen zijn ingevallen.

Temperatuur, hartslag en ademhaling

Als je kat al ziek is, is dat niet het juiste moment om te leren hoe je zijn hartfrequentie, ademhalingsfrequentie en temperatuur meet. Oefen thuis als jullie allebei ontspannen zijn. Als het niet goed lukt, vraag dan of de dierenarts het even wil voordoen als je toch bij hem bent. Zo doe je deze belangrijke dingen:

  • De temperatuur van je kat opnemen. Je kunt een speciale thermometer voor huisdieren gebruiken, maar een normale ‘mensenthermometer’ van de drogist is ook goed.
    Smeer de thermometer in met vaseline of een glijmiddel. Steek de thermometer rustig en langzaam zo’n twee of drie centimeter in het rectum van de kat. Als het instrument er niet gemakkelijk inglijdt of als de kat tegenstribbelt, forceer dan niet.
    Laat de thermometer twee minuten zitten en lees de temperatuur af. De temperatuur van een normale kat ligt ergens tussen 37,8 graden en 39,2 graden (iets hoger is geen probleem als het een warme dag is). Verder moet de thermometer bijna schoon zijn als je hem eruit haalt. Bel de dierenarts als de temperatuur lager dan 37,5 graden of hoger dan 39,5 graden is of als er slijm, bloed, diarree of zwarte ontlasting op de thermometer zit.
  • De hartfrequentie van je kat opnemen. Voel de hartslag van je kat door je hand op zijn linkerzij te leggen, achter de voorpoot. Tel het aantal hartslagen in vijftien seconden en vermenigvuldig dat met vier om de hartfrequentie in slagen per minuut te krijgen. Normaal ligt dat tussen 140 en 220, waarbij een rustige kat aan de onderkant van de metingen zit. Bel de dierenarts als de hartslag te snel, te langzaam of onregelmatig is.
  • De ademhalingsfrequentie van je kat meten. Ga een klein stukje bij je kat vandaan staan en kijk naar zijn ademhaling als hij ontspannen staat. Je ziet de buik en borstwand bewegen. Tel het aantal bewegingen in zestig seconden zodat je de frequentie in ademhalingen per minuut krijgt. Een normale, ontspannen kat haalt 15 tot 25 keer per minuut adem. Meet de ademhalingsfrequentie niet als de kat het warm heeft of als hij opgewonden is en hijgt. Bel de dierenarts als de ademhalingsfrequentie van je kat te hoog is.

Het kan gemakkelijker zijn om de temperatuur en hart-frequentie van een kat te meten als iemand anders het dier vasthoudt, vooral als je het nog moet leren.

De zin van zintuigen

Net als de meeste roofdieren hebben katten scherpe zintuigen, wat hun succes als jager verklaart.

Reuk

Het reukzintuig van de kat is veel beter ontwikkeld dan van de mens (en dat van een hond is nog krachtiger). Vind je het vreemd dat de kattenbak die jij ‘toelaatbaar’ vindt, aanstootgevend is voor je kat? Geur speelt een rol bij het markeren van het territorium, bij het vinden van prooi en bij het bepalen of ‘gevonden’ eten wel veilig is om op te eten.

Daarnaast gebruiken katten een lichaamsdeel dat het orgaan van Jacobsen heet. Dit bevindt voorin de bek, bovenin, en helpt geuren te verwerken, met name de geuren van seksuele aard, zoals die van een krolse poes. Als katten dit orgaan gebruiken, openen ze hun bek een klein beetje en ‘proeven’ ze de geur.

GEURMARKERING

Een correcte ‘reukomgeving’ is zo belangrijk voor je kat dat hij van alles doet om zijn wereld naar hem te laten ruiken; zelfs jou! Hier zijn een paar geurmarkeringsgedragingen:

  • Je kat heeft talgklieren in de haarzakjes die sebum produceren, een stof die de vacht vet houdt, en geur achterlaat. Deze klieren zijn het talrijkst rond de bek, de kin, de bovenste oogleden, de onderste oogleden en de top van de staartwortel, in de buurt van de anus en geslachtsorganen. Als een kat met zijn kop tegen je aan wrijft of met een van de andere genoemde lichaamdelen, geeft hij sebum en dus geur af op alles wat hij aanraakt.
  • Urine sproeien. Elke kat sproeit, maar het gedrag komt het meeste voor bij niet-gecastreerde katers. Deze katten hebben een ontzettende drang om hun territorium te markeren met hun penetrante urine door zich met de kont naar objecten (of zelfs mensen) te draaien en te sproeien.
  • Als je kat zijn nagels in zijn kattenboom (of in de bank!) zet, rekt hij zich lekker uit en houdt zijn klauwen in vorm, doordat het buitenste laagje wordt verwijderd, en de puntjes worden scherp. Krabben is ook belangrijk voor geurmarkering. Tijdens het krabben maken de pootkussentjes contact met het oppervlak en die beweging laat geur uit de zweetklieren achter.
  • De moeite die je kat doet om elk haartje ‘op de juiste plek te krijgen’ heeft veel redenen, maar een ervan is geurmarkering: hij bedekt elke centimeter van zijn lichaam met zijn eigen speeksel en dus met zijn geur.

Gehoor

In tegenstelling tot onze onbeweeglijke oren kunnen katten hun oorschelpen onafhankelijk van elkaar richten naar elk geluid dat hun aandacht trekt. Katten kunnen geluiden opvangen die twee octaven hoger zijn dan mensen kunnen horen, een gehoorbereik dat groter is dan dat van honden. Het vermogen om hoge geluiden te kunnen opvangen, is natuurlijk belangrijk als je jaagt.

Zicht

Een veelgehoorde opvatting is dat katten kleurenblind zijn. Dit is niet waar. Onderzoekers geloven dat katten wel kleuren kunnen onderscheiden, maar er gewoon weinig nut in zien.

Het uitzonderlijk goede zicht van een kat dankt zij aan het vermogen om te kunnen zien in het duister (belangrijk voor dieren die’snachts jagen) en hun goede vermogen om beweging en afstand in te schatten; belangrijke kenmerken voor een roofdier dat met grote nauwkeurigheid op z’n prooi moet kunnen springen.

Het ‘nachtzicht’ van katten wordt mogelijk gemaakt door een speciaal laagje cellen achter het lichtgevoelige netvlies waardoor de kat het vermogen om objecten te onderscheiden in duistere omstandigheden kan ‘verdubbelen’. Mensen reflecteren rood (uit de bloedvaten) in het donker als er licht (bijvoorbeeld een koplamp) op hun ogen valt, maar katten reflecteren een goudkleurige of groene flits door die laagjes, het zogeheten tapetum lucidum.

Smaak

Net als mensen kunnen katten onderscheiden of iets bitter, zoet of zuur is, maar omdat ze het liefste vers dierlijk weefsel consumeren, houden ze niet zoveel van zoet als wij. Katten hebben ook minder smaakpapillen hebben dan mensen.

Het ruwe kattentongetje is een uitzonderlijk gereedschap, dat perfect is aangepast voor vachtverzorging (inclusief vlooien verwijderen) en om het vlees van de botten van een prooi te schrapen.

Tast

De haren van de vacht en de snorharen zijn erg gevoelig. Katten houden ervan om iets aan te raken en om te worden aangeraakt, vooral met tong of de kop, omdat dat een manier is om hun persoonlijke geur te verspreiden.

De meeste katten hebben 24 snorharen. Deze zijn verdeeld over beide kanten van de neus, gerangschikt in vier horizontale rijen. De bovenste en onderste rijen kunnen onafhankelijk van elkaar bewegen. De aanhechting van elke snorhaar ligt dieper dan bij normale haren, om de waarneming te versterken.

Preventieve gezondheidszorg voor je kat

Voor de gezondheid van je kat zijn er twee personen het allerbelangrijkst: de dierenarts en jijzelf. Hoe goed je dierenarts ook is, jij bent degene die de kat elke dag ziet, en weet als er iets niet in de haak is. Verder is het jouw taak om te zo goed mogelijk zorgen dat je kat gezond blijft, en om de vacht te verzorgen.

Tekenen van goede en slechte gezondheid herkennen

Omdat tekenen van ziekte bij katten vaak subtiel zijn, moet een kattenliefhebber een goede waarnemer zijn om een eventuele ziekte in een vroeg stadium op te merken.

Het observeren van je huisdier moet tot je dagelijkse routine behoren. Eens per week kun je hem grondiger onderzoeken: verwerk het onderzoekje in een sessie die begint met aaien en eindigt met het favoriete spelletje van je kat. Alles wat jij en je huisdier graag doen, blijf je gewoon regelmatig doen en routinegezondheidscontroles moeten regelmatig zijn om nuttig te zijn.

De innerlijke kat

Je moet niet alleen op het lichaam van je kat letten, maar ook op zijn persoonlijkheid. Let op subtiele veranderingen in het gedrag van je huisdier, vooral met betrekking tot deze zaken:

  • Veranderingen in eetgewoonten, vooral gebrek aan eetlust.
    Let erop hoeveel je kat eet en noteer eventuele veranderingen. Meer dan een dag zonder eten is reden tot zorg. In een huishouden met meerdere katten kan het moeilijk zijn om te weten wie wat eet, dus let goed op of geef ze apart te eten. Vergeet verder niet dat een buitenkat misschien ook bij de buren eet.
  • Veranderingen in kattenbakgewoonten. Vaak is een ‘gedragsprobleem’ eigenlijk een gezondheidsprobleem. Een kat met bijvoorbeeld een niet-gediagnosticeerde urineweginfectie of diabetes kan bijvoorbeeld zijn normale patroon van kattenbakgebruik doorbreken.
  • Veranderingen in drinkgewoonten. Katten drinken in de zomer meer dan in de winter, maar dan nog moet je letten op veranderingen in de drinkgewoonten van je kat.
  • Veranderingen in vachtverzorging. Vachtverzorging is een van de belangrijkste onderdelen van de routine van een kat. Een kat die niet voor z’n vacht zorgt, voelt zich niet lekker.
  • Veranderingen in stemgebruik. Jij weet wat normaal is voor je kat. Als ze luidruchtiger of stiller is dan normaal of als de geluiden die ze maakt anders zijn dan normaal, is er iets aan de hand.

De rol van de dierenarts

Ga jaarlijks naar de dierenarts voor een grondige check-up. De arts meet bijvoorbeeld temperatuur en hartslag, luistert naar hart- en ademhalingsgeluiden en bevoelt de interne organen. Ogen, oren, neus en mond worden ook allemaal goed nagekeken en de dierenarts stelt vragen over de gewoonten van je kat.

Inentingen

Vaccineren oftewel inenten is een van de betere manieren om ervoor te zorgen dat je kat goed gezond blijft. Met name jonge katten zijn kwetsbaar en moeten aan het begin van hun leven een hele serie inentingen krijgen. Bepaalde vaccins moeten bij volwassen katten elk jaar opnieuw toegediend worden.

Een vaccin werkt door een kleine hoeveelheid van een ziekteverwekkend virus of ander micro-organisme in de kat te spuiten en haar immuunsysteem te prikkelen om antistoffen te creëren. Als de kat dan ooit in contact komt met de echte ziekteverwekkende stof, herkent het lichaam die stof en kan het ertegen vechten. Vaccins zijn ofwel inactief (het ziekteverwekkende organisme is gedood vóór injectie), ofwel levend-gemodificeerd (het organisme is veranderd zodat het niet meer de symptomen van de ziekte veroorzaakt).

Belangrijke inentingen zijn:

  • De gangbare cocktail tegen twee ziekten: kattenziekte (ook wel feline panleukopenie) en niesziekte. Niesziekte wordt veroorzaakt door een combinatie van het feline herpesvirus (feline rhinotracheitis) en het feline calicivirus, eventueel aangevuld met feline chlamydia.
  • Een inenting tegen hondsdolheid (rabiës) is wettelijk verplicht als je met je kat naar het buitenland gaat. Hondsdolheid is letterlijk levensgevaarlijk, ook voor de mens, dus laat je kat hier sowieso tegen inenten.
  • Het vaccin tegen feline leukemievirus, of FeLV, moet je alleen overwegen als je kat negatief test op de ziekte. Experts verschillen van mening over het feit of dit vaccin wel nodig is voor binnenkatten; overleg met de dierenarts.
  • Het vaccin tegen feline infectieuze peritonitis, of FIP. Katten die met andere katten samenleven, lopen het grootste risico op FIP, maar huiskatten die alleen worden gehouden hebben een kleine kans deze ziekte te krijgen. Overleg met de dierenarts.

Sommige katten krijgen een ‘allergische’ reactie op een vaccin. Deze reactie treedt vrij snel na vaccinatie op en kan worden behandeld. Houd je kat de eerste uren na een inenting binnen en observeer haar. Bij vragen of twijfels neem je contact op met de dierenarts.

In heel zeldzame gevallen (1 op de 10.000) ontwikkelt een kat een kwaadaardige tumor op de injectieplek, meestal in het gebied tussen de schouderbladen. Men denkt momenteel dat dit vooral het geval is bij inentingen tegen hondsdolheid of feline leukemie. Natuurlijk, kanker is vreselijk, maar dat zijn de ziekten die je met vaccins voorkomt ook! Bespreek tijdens het jaarlijkse onderzoek met de dierenarts welke inentingen je kat echt nodig heeft, zodat je de risico’s zo klein mogelijk houdt. En wees bedacht op knobbels op de inentingsplekken. Een kleine bobbel onmiddellijk na inenting is normaal, maar bel de dierenarts als de verdikking groeit of na drie weken nog niet is verdwenen.

Gebitsverzorging

Plaque op tanden veroorzaakt terugwijkend tandvlees, waardoor kleine holtes ontstaan rond de wortels van tanden en kiezen die een paradijs zijn voor bacteriële infecties. Als er niets aan wordt gedaan, kan dit leiden tot tandverlies en pijn bij het eten. Verder zet het het immuunsysteem en de interne organen onder druk en veroorzaakt het ziekte en voortijdige veroudering. Rottende tanden en rottend tandvlees kunnen slechte adem veroorzaken.

Je kunt de dierenarts de tanden preventief laten schoonmaken (onder narcose). Tussen de afspraken door poets je twee of drie maal per week met een tandenborstel voor kinderen en een dierentandpasta.Het geheim om een huisdier te laten wennen aan tandenpoetsen is door het in kleine stapjes te doen en om geduldig en aanmoedigend te blijven. Net als met nagels knippen kun het tandenpoetsen deel laten uitmaken van een aaisessie, afgesloten met een spelletje.

Parasietenbestrijding

Katten pikken allerlei parasieten op, zowel interne, zoals wormen, als externe, zoals vlooien en oormijt. De dierenarts kan je vragen een beetje verse ontlasting mee te nemen, zodat hij deze kan controleren op de aanwezigheid van wormen. Als er parasieten zijn, kan hij medicijnen voorschrijven. Koop geen ontwormingsmiddelen bij de dierenspeciaalzaak; die behandelen niet altijd het soort parasieten dat je kat heeft. Je kunt beter de dierenarts een goede diagnose laten stellen en je kat door hem laten behandelen dan je huisdier medicijnen geven die het probleem niet oplossen.

Noodgeval!

Een telefoontje naar de dierenarts is altijd de moeite waard als je niet zeker weet wat er aan de hand is met je kat, maar sommige dingen zijn spoedeisend. Met deze verschijnselen moet je direct de dierenarts bellen: een aanval, flauwvallen of bezwijken; oogwondjes, hoe mild ook; overgeven of diarree als het vaker dan twee of drie keer binnen een uur optreedt; allergische reacties, zoals zwellingen in het gezicht, of netelroos (vaak het duidelijkst te zien op de buik); elke verdenking van vergiftiging, bijvoorbeeld door antivries, slakkengif, rattengif, insecticiden of medicijnen bedoeld voor mensen; veel te koud of te warm zijn; een open, bloedende wond of snee, of een beet van een ander dier; trauma, bijvoorbeeld na een aanrijding door een auto, ook als de kat in orde lijkt te zijn; elk probleem met de luchtwegen: chronisch hoesten, moeilijk ademhalen of bijna zijn verdronken; moeite hebben met urineren of de ontlasting.

Niet alle problemen zijn levensbedreigend, maar ze kunnen je huisdier wel irritatie en pijn bezorgen en moeten dus direct worden behandeld. Tekenen van pijn zijn onder andere hijgen, moeizaam ademhalen, verhoogde lichaamstemperatuur, apathie, onrust, luid miauwen, agressie en verlies van eetlust. Wacht niet af om te zien of het vanzelf beter wordt: bel de dierenarts!

Veelvoorkomende gezondheidsproblemen bij katten

Ondanks alle voorzorgen kan een kat ziek worden, maar de kans is gelukkig groot dat een dierenarts kan helpen. De diergeneeskunde heeft de laatste decennia grote vooruitgang geboekt in diagnostiek en behandeling. Procedures als CT-scans, MRI’s en bestraling zijn praktisch routine en het aantal veterinaire specialisten is groter geworden. Dierenartsen kunnen zich bijvoorbeeld specialiseren in anesthesiologie, interne geneeskunde, gedrag, neurologie, cardiologie, oncologie, tandheelkunde, oogheelkunde, dermatologie en radiologie. Je dierenarts kan je doorverwijzen naar een specialist als hij of zij er zelf niet uitkomt.

Enkele veelvoorkomende gezondheidsproblemen

In de volgende paragrafen maak je kennis met een aantal gezondheidsproblemen die vaak voorkomen bij katten.

Abcessen

Bijna alle buitenkatten en bijna net zo veel binnenkatten krijgen op een bepaald moment een abces, ofwel een opeenhoping van pus onder de huid. Een abces is vaak het gevolg van een punctiewond, bijvoorbeeld door een beet van een andere kat.

De eerste aanwijzing van een probleem is misschien dat je kat mank loopt of zich gewoon niet lekker voelt (minder actief, niet eten, niet drinken, aandacht vermijden of juist opzoeken). Verder kan zijn temperatuur verhoogd zijn en natuurlijk is het ook mogelijk dat je het abces gewoon ziet. Een gesloten abces voelt als vocht in een zakje onder de huid. Is het abces open, dan vloeit er stinkend vocht uit. Bij een uur of langer mank lopen of zich niet lekker voelen pak je het reismandje en ga je naar de dierenarts.

Indien mogelijk opent de dierenarts het abces en spoelt de pus er uit. Hij kan ook een drain aanleggen om de pus eruit te laten lopen. Verder kan hij een antibiotica-injectie geven of antibioticatabletten voorschrijven.

Een abces is meestal eenvoudig te behandelen en geneest snel. Terugkerende abcessen kunnen echter een teken zijn van een probleem met het immuunsysteem.

De beste ‘behandeling’ voor abcessen is preventie. Binnenkatten en geholpen katten hebben de kleinste kans om te worden gebeten door een andere kat. Niet-gecastreerde, zwervende katers hebben de grootste kans.

Astma

De tekenen van astma bij katten zijn vergelijkbaar met die bij mensen; bovenal moeilijk ademhalen. Katten met astma halen ook fluitend adem en kunnen een hoestje hebben dat soms klinkt als kokhalzen. Als een kat moeite heeft met ademhalen, zit hij met uitgestrekte nek en ademt hij snel en met geopende bek.

De tekenen van astma kunnen heel plotseling opkomen en kunnen ernstig zijn. Je kat kan ervan in paniek raken. Doe alles wat in je vermogen ligt om stress te verminderen.

Als het de eerste keer is dat je kat moeite heeft met ademhalen, ga dan onmiddellijk met haar naar een dierenarts. Maar probeer zo weinig mogelijk stress te veroorzaken en til haar zo weinig mogelijk op. Loop eenmaal in de praktijk direct door naar de receptionist voor onmiddellijke beoordeling. De dierenarts of de assistenten kunnen de ernst van de aanval beoordelen en, indien noodzakelijk, direct medicijnen en zuurstof toedienen.

Bij de diagnose astma schrijft de dierenarts waarschijnlijk medicijnen voor om de symptomen te verlichten. Telkens als je kat moeite heeft met ademhalen, geef je hem de medicijnen. Wacht desnoods eerst tot hij wat kalmer is.

Hoewel niemand weet wat de oorzaak van feline astma is, is het essentieel dat je blootstelling aan stof (gebruik kattengrit dat niet te veel stuift en haal de kap van de kattenbak), rook, spuitbussen en andere irriterende middelen minimaliseert.

FIV

Feline immunodeficiëntievirus, of FIV, is het kattenequivalent van het humaan immunodeficiëntievirus (hiv) dat aids veroorzaakt bij mensen. (Overigens kan een mens geen FIV krijgen.) Katten geïnfecteerd met FIV kunnen ziekten krijgen die variëren van kanker tot schimmel tot bacteriële of virale infecties. FIV kan ook de behandeling van andere ziekten compliceren.

De enige manier om deze ziekte onder controle te houden, is door te testen en geïnfecteerde katten te isoleren; er bestaat momenteel nog geen vaccin of geneesmiddel.

Een test die positief is op FIV bewijst alleen dat de kat is geïnfecteerd; het bewijst niet dat je kat al ziek is door het virus. Er bestaan twee verschillende testen en je kunt vragen dat je kat opnieuw wordt getest met de test die de dierenarts niet heeft gebruikt om de uitslag te bevestigen. Bij kittens jonger dan zes maanden is de test niet betrouwbaar; laat ze pas na die tijd testen.

Het goede nieuws is dat infectie met het FIV-virus meestal betere vooruitzichten heeft dan infectie met het kattenleukemievirus. FIV-positieve, gezonde katten kunnen nog maanden tot jaren leven, veel katten leven zes tot tien jaar na de diagnose nog steeds. Wel is hij vatbaarder voor andere ziekten, dus blijf hem in de gaten houden, en laat hem niet in aanraking komen met andere katten (om zowel jouw kat als de andere te beschermen).

FeLV

Het feline leukemievirus, of FeLV, is een van de belangrijkste besmettelijke ziekten waaraan katten kunnen overlijden. Besmetting met het virus verzwakt het immuunsysteem en draagt bij aan de ontwikkeling van kanker. Er bestaan vaccins tegen FeLV, maar die zijn niet onfeilbaar. Net als met kattenaids kun je de kat het beste beschermen tegen kattenleukemie door hem weg te houden bij geïnfecteerde katten. Houd hem daarom het liefste binnen, alleen of met andere gegarandeerd FeLV-negatieve katten.

Laat alle nieuwe katten testen (en daarna vaccineren) voordat je ze introduceert bij de kat of katten die je al hebt. Je katten moeten ook opnieuw worden getest als ze in contact zijn geweest met potentiële FeLV-dragers, vooral als ze zijn gebeten. Omdat kattenleukemie veel ziektesymptomen heeft, moet je kat ook worden getest als hij ziek is. Buitenkatten of andere katten die in contact komen met potentiële FeLV-dragers, kunnen het beste elk jaar opnieuw worden getest.

Wat betekent het als je kat positief is getest op FeLV? Bedenk ten eerste dat het hebben van het virus niet gelijk is aan ziek zijn. Sommige FeLV-positieve katten leven nog maanden of zelfs jaren zonder symptomen. Als de geïnfecteerde kat je enige huisdier is, hoef je niet veel te veranderen in de manier waarop je voor hem zorgt, behalve dat je hem niet naar buiten moet laten waar hij andere katten kan blootstellen aan zijn ziekte of waar hij kan worden blootgesteld aan foute dingen die andere katten kunnen overdragen. Neem extra voorzorgsmaatregelen om blootstelling aan ziekten te voorkomen en werk nauw samen met de dierenarts om eventuele aan FeLV-gerelateerde ziekten vast te stellen en vroeg en agressief te behandelen.

Hoe ernstig FeLV ook is, een besmetting vindt vaak alleen plaats na langdurige blootstelling aan het virus. Ook kunnen veel katten FeLV-infecties uit hun lichaam verdrijven (wat met FIV niet mogelijk is). Daarom: is je kat gebeten door een FeLV-geïnfecteerde soortgenoot, dan ga je natuurlijk zo snel mogelijk naar de dierenarts, maar je hoeft niet compleet in paniek te raken.

FIP

Feline infectueuze peritonitis, of FIP, is vooral een ernstige zaak voor mensen die meerdere katten hebben en voor fokkers, maar de (in principe dodelijke) ziekte vormt geen bedreiging voor mensen met maar één kat.

FIP wordt veroorzaakt door een coronavirus. Het verwarrende is dat er veel typen coronavirussen bestaan; sommige veroorzaken ziekten en andere niet. De meeste ziekteverwekkende coronavirussen veroorzaken alleen kortstondige diarree bij jonge kittens. Helaas bestaat er geen goede manier om te zeggen door welk type coronavirus een kat is geïnfecteerd; het milde type of het dodelijke type. De dierenarts kan je vertellen of je zieke kat in contact is geweest met een coronavirus, maar kan je niet vertellen, tot het te laat is, of de ziekte van je kat FIP is.

Bovendien wordt steeds sterker vermoed dat de niet zo erge coronavirussen snel kunnen muteren in het FIP-virus. Het resultaat: je kunt je kat niet echt beschermen tegen FIP. Het virus is vrij taai en kan een kat nog besmetten na weken te hebben rondgedwarreld in de lucht. Het positieve is dat het virus gemakkelijk kan worden vernietigd met desinfecterende middelen en schoonmaakmiddelen, dus goede hygiëne kan veel helpen.

FIP is een ‘imitator-’ziekte, wat betekent dat het zichzelf op vele verschillende manieren kan voordoen en dat het heel moeilijk is een definitieve diagnose te stellen. De ziekte kan zich voordoen als een ruggenmerg- of hersenaandoening, een ziekte van het maag-darmstelsel, een oogziekte of zelfs kanker of een hartaandoening. Om FIP echt vast te stellen, kan de dierenarts het bloed testen, het vocht in de borst of buik analyseren, of weefsel afnemen.

Helaas bestaat er geen effectieve behandeling tegen FIP en de uitkomst is meestal fataal. Beschikbare behandelingen zijn gericht op het stilleggen van het immuunsysteem van je kat en het voorschrijven van antibiotica tegen bacteriële infecties.

Er bestaat een vaccin tegen FIP, maar als je maar één kat hebt, loopt hij weinig risico te worden blootgesteld aan FIP of om de ziekte te krijgen. Zelfs voor katten in cattery’s wordt het huidige vaccin niet altijd aangeraden.

Niesziekte

De beruchte ‘niesziekte’ is een virusinfectie van de bovenste luchtwegen. De kat is loom, heeft koorts, waterige ogen en een loopneus, niest en wil vaak niet eten of drinken. Niesziekte is erg besmettelijk, vooral voor jonge kittens en katten met een ziekte die het immuunsysteem verzwakt, zoals FeLV of FIV.

Zolang de koorts niet al te hoog is (normaal tussen 37,5 tot 39,5 graden) en je kat nog eet en drinkt, is een opname meestal niet noodzakelijk. Je kunt de ogen en neus van de kat vrijhouden van korstjes door hem voorzichtig te wassen met een warme, vochtige doek. Als je kat stopt met eten en vooral met drinken, is opname noodzakelijk. Omdat infecties van de bovenste luchtwegen kunnen worden gecompliceerd door bacteriën, worden vaak ook antibiotica voorgeschreven.

Met de juiste zorg herstellen de meeste katten binnen een paar dagen tot een week. Raadpleeg de dierenarts als het herstel langer dan twee weken duurt, of als de aanvallen ernstig zijn of aanhouden, of als je kat opvallend vaak last heeft van niesziekte.

Als je met een kat met niesziekte naar de dierenarts gaat, bel dan voordat je komt. Hij of zij kan dan voorzorgsmaatregelen nemen om andere katten in de wachtkamer niet bloot te stellen.

Problemen met de nieren

De nieren zijn de bloedfilters van het lichaam. Ze helpen overtollig vocht af te scheiden als een kat meer drinkt dan hij nodig heeft, houden vocht vast als de kat minder drinkt dan hij nodig heeft, en scheiden de afvalstoffen uit voedsel, vocht of medicijnen. Door te urineren voert de kat de stoffen af. Dit systeem is echter niet onfeilbaar en sommige katten krijgen problemen, vooral als ze ouder worden.

Bij nierinsufficiëntie (vermindering van de nierfunctie) merk je aanvankelijk alleen maar veranderingen op in urineren of drinken (meer en vaker), maar naarmate de ziekte vordert, zie je ook gewichtsverlies en andere aanwijzingen van een opeenhoping van afvalstoffen in het lichaam van je kat, zoals overgeven.

Vergiftiging door het oplikken van antivries kan tot nierproblemen leiden. Ruim gemorste antivries altijd direct op.

Er is nog geen geneesmiddel tegen nierinsufficiëntie, dus de behandeling wordt vaak gezocht in een dieet met weinig eiwitten en een laag zoutgehalte, zeker als het probleem vergezeld gaat van hoge bloeddruk.

Je moet goed samenwerken met de dierenarts om de situatie van een kat met nierziekte in de gaten te houden. Het bloed van je kat moet waarschijnlijk regelmatig worden getest om problemen en veranderingen op te merken. De dierenarts moet je kat misschien opnemen om vocht intraveneus toe te dienen. Je kunt helpen in de gaten te houden hoe je kat het hoofd biedt aan de ziekte door een dagelijks logboekje bij te houden waarin je houding, eetlust en gewicht van je kat noteert

Urinewegproblemen

De term Feline Lower Urinary Tract Disease (FLUTD), zoals urinewegproblemen ook wel worden genoemd, omvat verschillende gezondheidsproblemen.

In de mildste vorm veroorzaakt deze groep ziekten irritatie aan de blaas, waardoor de kat vaker zal plassen. Als je ziet dat je kat vaker dan normaal naar de kattenbak gaat, of als hij plotseling de bak mist of andere delen van het huis gebruikt als kattenbak, maak dan een afspraak met de dierenarts.

In urgente vorm veroorzaakt FLUTD blokkering van de urinewegen: de urinebuis kan geblokkeerd raken door slijm of opeenhoping van urinekristallen. Dit komt vaker voor bij katers, omdat de urinewegen bij hen nauwer zijn. Een urinewegverstopping kan leiden tot nierbeschadiging en zelfs dodelijk zijn. Handel dus onmiddellijk.

Een kat die volledig verstopt of geblokkeerd is, vertoont persdrang zonder echt te plassen en schreeuwt het vaak uit.

Hartproblemen

Problemen met het hart komen vrij veel voor bij katten. Let op de volgende symptomen: de dierenarts hoort een abnormaal geluid (een ruis, een haperende of onregelmatige hartslag) tijdens een routineonderzoek; de kat haalt snel adem of heeft moeite met ademhalen; de kat verliest in een paar weken meer dan 250 tot 500 gram gewicht; de kat hoest, is zwak, voelt zich slecht, en/of heeft een of meer verlamde (achter)poten.

Als je kat een ernstig hartprobleem heeft, is het eerst zaak de situatie te stabiliseren. De dierenarts kan het vocht in of achter de longen verwijderen met medicijnen of met een spuit.

Als de situatie niet zo acuut is (bijvoorbeeld als de kat eerst moeite had met ademhalen en nu niet meer), kan het toch goed zijn om hem te onderzoeken, meestal met een röntgenfoto van de borst en een hartecho of een elektrocardiogram (ECG).

Als de diagnose is gesteld, kan de dierenarts of specialist een combinatie van medicijnen, dieet en controle voorschrijven. Een definitieve genezing is echter vrijwel niet mogelijk.

Een aangeboren hartafwijking komt niet vaak voor, maar is niet onmogelijk. Als een kitten een hartruisje heeft, moet ze worden onderzocht door een specialist. Veel katten met een aangeboren hartafwijking lijken normaal totdat ze een paar jaar oud zijn.

Tumoren

Tumoren komen helaas vaak voor bij katten. Veel tumoren worden veroorzaakt door het kattenleukemievirus, andere door onbekende redenen. Sommige tumoren kunnen uiteindelijk fataal zijn; andere geven weinig reden tot bezorgdheid.

Onderzoek je kat regelmatig en zorgvuldig op knobbels en bobbels. Hoe vaker je dat doet, hoe beter je weet wat normaal is voor je kat en wat een nieuw gezwel is. Let ook op gewichtsverlies of andere tekenen die erop duiden dat je kat zich niet lekker voelt.

Ga naar de dierenarts als je het niet vertrouwt. Deze voert waarschijnlijk enkele diagnostische testen uit, zoals een bloedtest en misschien een punctie van verdachte gezwellen. Als kanker wordt vermoed, is een biopsie de belangrijkste test.

De dierenarts kan je doorverwijzen naar een veterinaire oncoloog om de ernst van de tumor te beoordelen en de behandelingsmogelijkheden te bespreken. Mogelijke behandelingen zijn een operatie, chemotherapie, bestraling of een combinatie.

Je kat medicijnen geven

Bij veel behandelingen, van wat voor ziekte dan ook, hoort het toedienen van medicijnen. Zoals je weet, is het erg lastig om een kat iets te laten doen wat hij niet wil, en medicijnen nemen valt daar zeker onder. Hopelijk helpen de volgende tips.

Pillen geven

De meeste mensen verstoppen de pil in iets lekkers, in de hoop dat hun kat de pil niet opmerkt. Vaak vergeefse hoop. Het beste is de directe aanpak. Pak het hoofd van je kat stevig, maar voorzichtig, vast met één hand, wrik de kaak open met de wijsvinger van je andere hand en leg de pil achter op de tong, zodat je kat wel moet gaan slikken. Als het niet lukt, vraag dan een tweede persoon om de kat vast te houden. Sommige mensen vinden een ‘pillenschieter’ heel handig (verkrijgbaar in de dierenwinkel). Je legt de pil op het puntje van dit plastic apparaatje en drukt hem dan achter in de keel.

Gezondheid Kat

Bovenstaande afbeelding: Een stevige, snelle en kalme aanpak is het beste als je je kat medicijnen geeft in pilvorm.

Vloeibare medicatie

Vraag bij vloeibare medicatie de dierenarts om een paar grote spuiten zonder naalden. Deze zijn heel handig om vloeibare medicijnen toe te dienen. Een oogdruppelaar werkt ook goed.

Pak de snuit van je kat met een ferme greep vast en til een lip op. Duw het uiteinde van de spuit tussen de tanden en spuit de vloeistof in een rustige, regelmatige beweging achter in de keel. Je kat gaat vanzelf slikken. Pauzeer even als ze meer tijd nodig heeft om te slikken.

Oordruppels

Leg een handdoek op schoot en pak je kat op. Aai haar totdat ze ontspannen is en dien dan de oordruppels toe. Masseer de oorbasis zachtjes. Wees erop voorbereid dat ze met haar hoofd gaat schudden en dat de vloeistof alle kanten op vliegt! Bij de dosering is hier al rekening mee gehouden, dus geef niet de dubbele dosis.

Oogzalf en -druppels

Om oogzalf toe te dienen, houd je de kat in toom en breng je voorzichtig een lijntje zalf aan over de lengte van het oog. Pas op dat je het oppervlak van het oog niet aanraakt. Probeer druppels in het midden van het oog te laten belanden. Sluit het ooglid een paar seconden, zodat de medicatie gelijkmatig wordt verdeeld.

Wees geduldig, kalm en resoluut als je medicijnen toedient, en geef nadien complimenten en een knuffel. Als het toch moeilijk blijft, vraag je dierenarts of hij of zij wil uitleggen hoe je dit het beste doet, of bespreek alternatieven.

Noteer alle informatie in een logboek. Vergelijk toekomstige waarnemingen met wat je eerder hebt opgeschreven. Bel de dierenarts bij plotselinge veranderingen.

Einde

Nu zijn we aan het einde gekomen van dit artikel. Ik hoop dat ik je heb kunnen helpen met het maken van de juiste keuze. Zo niet, dan hoor ik dat graag in de comments hieronder. Ook als je iets aan dit artikel hebt gehad, hoor ik dat graag.

Leave a Reply